Artikel uit de krant ‘De Gelderlander’:
De Ziekte van Carré, in de volksmond bekend als de besmettelijke hondenziekte, werd onlangs aangetroffen bij twee dode vossen in de grensstreek met Duitsland bij Venlo. Voor Mark Weemaes van Dierenkliniek Venlo reden de noodklok te luiden, want de ziekte is zeer besmettelijk en voor huisdieren in veel gevallen dodelijk.

Marter

Het aantal wilde vossen in de grensregio neemt toe. Daarmee wordt ook de kans op naar huisdieren overdraagbare besmettelijke ziekten groter.

Het aantal wilde vossen in de grensregio neemt toe. Daarmee wordt ook de kans op naar huisdieren overdraagbare besmettelijke ziekten groter. © ANP

De ziekte beperkt zich ook niet tot honden, in Venlo ging het om vossen en eerder dit jaar werd de ziekte ook vastgesteld bij een dode marter die in Enschede werd gevonden.

De zorgen van Weemaes over het afnemende aantal inentingen worden door dierenartsen in deze regio gedeeld, al ontbreken exacte aantallen. Jolanda Schaap, onderzoeker bij MSD Animal Health in Boxmeer heeft wel een inschatting. ,,We kennen het aantal ingeschreven honden en we weten hoeveel vaccins er zijn verkocht. Op basis van die aantallen denken we dat slechts vijftig procent van alle honden tegen deze ziekte is ingeënt, dat is dus een laag percentage.’’

Saskia Rijpert, dierenarts in Winterswijk, heeft daar wel een verklaring voor. ,,Het past in de trend die je ook bij mensen ziet, een afkeer van inentingen. Ook bij mensen loopt de vaccinatiegraad terug, denk aan de grote uitbraak van de mazelen in Italië vorig jaar. Die trend zie je ook terug bij huisdieren. Dat zal een grotere rol spelen dan de kosten van veertig euro.’’

Kans neemt toe

Haar Groesbeekse collega Peter Stins denkt dat in zijn omgeving twintig procent van de honden niet is ingeënt en hamert ook op het belang. ,,Ik ken dat percentage omdat ik heb meegewerkt aan een proef, waarbij we in ruil voor een gratis inenting van te voren bloed mochten afnemen. Een op de vijf bleek niet eerder te zijn ingeënt, ook nog steeds te veel. Het is een besmettelijke en nare ziekte waar honden eens in de drie jaar tegen moeten worden ingeënt. De ziekte is in onze regio nog niet aangetoond, inenten helpt echt mee als we dat zo willen houden.’’

Dat benadrukt ook Rijpert nog eens.  ,,Dat de ziekte nog niet is aangetoond wil niet zeggen dat het niet voorkomt. Het aantal wilde vossen groeit bijvoorbeeld wel, ook hier in de Achterhoek. Daarmee neemt ook de kans om ziektes toe.’’

Vijf vragen over de hondenziekte

Dodelijke Hondenziekte?

Canine Distemper of ziekte van Carré, zoals de ziekte officieel heet, is een infectie die hersenvliesontstekingen bij de hond kan veroorzaken en de ziekte tast het zenuwstelsel aan. Het is zeer besmettelijk en voor huisdieren in veel gevallen dodelijk.

Wat zijn de symptomen?

Besmette honden krijgen eerst koorts, een loopneus, vieze ogen, gaan hoesten en ontwikkelen longontsteking. Daarna ontstaan maagproblemen en is er grote kans op overgeven en diarree, mogelijk met wat bloed. Naarmate het virus het zenuwstelsel van de hond aantast, ontwikkelen geïnfecteerde honden klachten als kopkanteling, spiertrekkingen, stuiptrekkingen en gedeeltelijke of volledige verlamming met uiteindelijk de dood als gevolg.

Hoe wordt de ziekte overgebracht?

Het virus wordt overgebracht door niezen, eten uit dezelfde bak of direct contact met een besmet dier. Besmetting kan ook worden overgebracht via kleding of hondenspeeltjes. De ziekte hoeft niet per se van hond op hond over te gaan. Besmetting kan ook worden opgelopen door (in)direct contact met in de natuur levende wilde dieren als vossen of marters.

Is de ziekte te behandelen?

Honden kunnen niet behandeld worden tegen het virus dat de ziekte veroorzaakt. De secundaire verschijnselen wel. De zieke hond moet dan wel naar een kliniek en in isolatie worden behandeld. Honden krijgen daar een kuur met antibiotica om bacteriële infecties te behandelen. Medicatie tegen diarree, braken, en hoesten.

Wat is er tegen te doen?

Inenting tegen de ziekte is het meest effectief. Puppy’s bouwen weerstand op als ze de melk van hun (ingeënte) moeder drinken. Enkele maanden na het zogen moeten ze alsnog tegen de ziekte worden ingeënt. Een procedure die elke drie jaar moet worden herhaald.