Konijn

KonijnDe grootte van de kooi is afhankelijk van het ras en van het aantal dieren dat erin gehouden wordt. Minimale maten voor een, klein konijn zijn 50x40x50 cm (LxBxH). Het materiaal is bij voorkeur glad (hout is minder goed schoon te houden, veel gebruikt wordt plastic, beton en gaas). De kooi moet voldoende kunnen ventileren, vooral om de ammoniakgeuren (uit de urine) laag te houden. Om deze reden, en om de besmettingskans met parasieten te verminderen, moet de bodembedekking 2x per week verschoond worden. De bedekkingslaag moet voldoende dik zijn om urine te absorberen en beschadiging van de hakken te voorkomen. Konijnen zijn van nature zindelijke dieren, meestal kiezen ze in hun hok één plek uit waar ze hun behoefte doen.

Bij konijnen is een juiste voeding van levensbelang! Geef uw konijn onbeperkt hooi, het konijn mag zoveel hooi krijgen als dat het wil of kan eten.
Wees echter zuinig met biksvoer. De aanbevolen hoeveelheid biksvoer per dag is 20 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag.
KonijnWanneer uw konijn teveel biksvoer krijgt, wordt er minder goed van het hooi gegeten. Daarnaast eet uw konijn de ochtendontlasting niet meer, waardoor deze ontlasting blijft plakken en de huid doet ontsteken. Wanneer het continu teveel biksvoer krijgt, zal uw konijn ook te dik gaan worden. Uiteindelijk gaan er ook blaasproblemen ontstaan, omdat met de te grote hoeveelheden biksvoer er ook teveel calcium opgenomen wordt uit het voer. Dit teveel aan calcium kan blaasstenen of blaaszand veroorzaken.

Wij raden Science Selective voer aan, een volledig voer waar extra vezels inzitten. Vooral voor konijnen met darmproblemen raden wij dit voer aan. U kunt in onze Dierenkliniek een gratis proefzakje op komen halen. Zorg verder altijd voor voldoende, vers drinkwater en een kleine hoeveelheid aan groenvoer en fruit, waarbij een konijn vrijwel geen koolsoorten mag krijgen. Als uw konijn 1 dag niet eet dan is dat een spoedgeval! Neem dan direct contact op met uw dierenarts.

Er zijn 2 veel voorkomende virusinfecties bij het konijn: Myxomatose en VHS (=RHD). Deze virusziektes hebben helaas bijna altijd een dodelijke afloop. Er is geen goed werkende therapie, daarom is voorkomen door een vaccinatie zo belangrijk!

Loopt mijn konijn risico?
KonijnenDe verspreiding van VHS gaat via direct contact tussen konijnen, maar ook kan besmetting plaatsvinden via indirect contact via schoenen, kleding, andere voorwerpen en vlooien. De verspreding van Myxomatose gaat via stekende insecten van het wilde konijn naar het tamme konijn. Zowel binnen- als buitenkonijnen kunnen worden besmet.

Tijdens de vaccinatie wordt uw konijn verder grondig nagekeken en geven we aanvullende adviezen over onder andere de juiste manier van voeren van uw konijn. In het voorjaar enten we tegen myxomatose en VHS. De vaccinatie kan al gegeven worden vanaf een leeftijd van 5 weken.

Het konijn is met het nieuwe vaccin van tegenwoordig dan een jaar lang beschermd. U kunt online een afspraak maken voor de vaccinatie van uw konijn.

Een konijn is een geweldig leuk huisdier!
DierenartsHoudt er alleen rekening mee dat een konijn geen schootdier is en daarom minder geschikt is voor jonge kinderen. Het konijn zal in zijn leven de mogelijkheid moeten hebben om zijn natuurlijke gedrag te kunnen uiten. Het zijn van nature nieuwsgierige beestjes. Helaas gebeurt het maar al te vaak dat het leven van een konijn bestaat uit een eenzame opsluiting in een saai hok!

Een konijn moet juist de mogelijkheid hebben dagelijks los te lopen (ze zijn goed zindelijk te krijgen) en soortgenoten om zich heen hebben. Ter vervanging van soortgenoten kan een konijn ook gelukkig worden met veel aandacht van de eigenaar en mooie omgevingsomstandigheden.
Een konijn wil graven, rennen (zal dan geregeld ook vreugdesprongen maken), DE HELE DAG HOOI ETEN en vers drinkwater drinken. Wanneer een konijn de hele dag niets anders doet dan stilzitten, ontwikkelt het op den duur medische klachten. De botten worden broos en er komen problemen met de gewrichten. Hierdoor is het voor te stellen dat een konijn in zijn gedrag zal veranderen. Een konijn met pijn wordt vaak agressief!

Het houden van konijnen
Het samenhouden van konijnen gaat eenvoudig wanneer ze van jongs af aan bij elkaar zitten. Een ruime omgeving hebben, met de mogelijkheid om afstand van elkaar te nemen. Schuilmogelijkheden zijn tevens van belang. De beste combinatie is twee mannetjes of een een mannetje en een vrouwtje, en dan van kleins af aan. Twee vrouwtjes gaan als zij volwassen worden vaak toch nog vechten. Tijdens hun hormonale periode kunnen zij zeer agressief gedrag vertonen! De hierarchie is bij vrouwtjes wel rustiger dan bij mannetjes.

Ook kunnen konijnen goed gehouden worden bij cavia’s en soms ook andere huisdieren, mits ze van jongs af aan goed zijn gesocialiseerd , voldoende ruimte en schuilmogelijkheden krijgen.Castratie gaat voor het grootste deel vechten tegen bij zowel mannetjes als bij de vrouwtjes.Voor vrouwtjes is het tevens medisch sterk aan te raden om ze tijdig te steriliseren wanneer u er niet mee gaat fokken. Vrouwtjes ontwikkelen vaak kwaadaardige baarmoederproblemen op latere leeftijd. De rammen (mannetjes) kunnen vanaf 3 maanden leeftijd gecastreerd worden en de voedsters (vrouwtjes) vanaf 4 maanden.
Wanneer de dagen lengen, worden de hormonen actiever en vrouwtjes zijn dan bereidt voor dekking 2-3 dagen per week, van ongeveer eind januari tot eind juli. Het territoriale gedrag is dan toegenomen en ze kunnen humeuriger lijken.

Opvoeding
Leren doen konijnen, net als veel andere dieren, dmv ervaringen; het associatieleren.Soms is 1 slechte ervaring voldoende om voorgoed iets als negatief te zien en dat is dan lastig te veranderen. Bijvoorbeeld wanneer een kind een konijn te stevig of onhandig vastpakt en het gillen van kinderen. Ook kan een konijn een voorkeur ontwikkelen voor alleen vrouwen of mannen. Het straffen van een konijn, door bijvoorbeeld een tik, wekt angstagressie op en veroorzaakt een slechte band met de eigenaar. Streng ‘nee’ zeggen of met een plantenspuit water spuiten, voedt wel op, maar schaadt die relatie niet. Er zijn tegenwoordig speelballen in de handel voor konijnen waar voer in gedaan kan worden. Dit is om ze te motiveren om zich te bewegen.

Het vangen van uw konijn om hem bijvoorbeeld in de kooi te zetten, kan moeilijk zijn, en vaak wordt het dan met de dag moeilijker. Beter is het om uw konijn aan te wennen dat u een lekker snoepje hebt en zo raakt het konijn zo geinteresseerd, dat hij graag komt!

Mocht u een specifieke vraag hebben over uw konijn. dan kunt u die mailen naar onze kliniek of ons bellen.Tevens is er veel over het gedrag van konijnen te vinden op de site: www.konijnen.nl

Konijnen zijn groepsdieren en leven daarom graag samen. Het samenhouden van konijnen gaat het eenvoudigst wanneer ze van jongs af aan bij elkaar gezet worden. De beste combinatie is twee vrouwtjes of een mannetje en een vrouwtje bij elkaar.

Ondanks het op jonge leeftijd bij elkaar zetten, kunnen konijnen toch territoriaal gedrag gaan vertonen wanneer ze geslachtsrijp worden. Daarom is het verstandig (ook om ongewenste nestjes te voorkomen!) ze te laten castreren/steriliseren. Castratie gaat voor het grootste deel het vechten tegen bij zowel mannetjes als vrouwtjes.

Voor vrouwtjes is het tevens sterk aan te raden om ze tijdig te laten steriliseren. Vrouwtjes ontwikkelen vaak baarmoederkanker op latere leeftijd! Dit heb je als eigenaar vaak niet door, maar tot 80% v.d. voedsters overlijdt na 4 jaar, zonder dat de iegenaar weet wat hier de oorzaak van was.

De rammen (mannetjes) kunnen vanaf 3 maanden oud gecastreerd worden en de voedsters (vrouwtjes) vanaf 4 maanden.

Veel gestelde vragen over myxomatose en VHS.

Myxomatose en het viraal haemorrhagisch syndroom (afgekort VHS) zijn twee ernstige (maar te voorkomen) besmettelijke ziekten bij konijnen. VHS wordt ook wel rabbit haemorrhagic disease (afgekort RHD) of viral haemorrhagic disease (afgekort VHD) genoemd.

Hieronder vindt u de antwoorden op een aantal veel gestelde vragen over beide ziekten en advies over hoe u uw huisdier kunt beschermen

Wat zijn de symptomen?

Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus. Als een dier besmet is, zien we dat het eerst aan dikke, vochtige zwellingen op de kop en de snuit. Andere klassieke symptomen zijn ‘slaperige ogen’, opgezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen een paar dagen kunnen deze zwellingen zo ernstig worden dat ze blindheid kunnen veroorzaken. Eten en drinken worden steeds moeilijker en gewoonlijk leidt de ziekte binnen 12 dagen tot de dood.

VHS wordt ook door een virus veroorzaakt, hoewel het een ander virus is dan het myxomatosevirus. Ook het verloop van de ziekte is heel anders. De meeste met VHS besmette konijnen sterven zeer snel, zonder dat er sprake is van zichtbare ziekteverschijnselen, afgezien van een periode van een paar uur waarin ze sloom en lusteloos zijn. Bij konijnen die langer blijven leven, kunnen de symptomen sterk variëren. Mogelijke symptomen zijn koorts en stuiptrekkingen, waarna het konijn in een dodelijk coma terechtkomt en binnen 12 tot 36 uur sterft. In sommige gevallen wordt vlak voor de dood nog bloederige afscheiding uit de neus waargenomen.

Loopt mijn konijn risico?

Alle konijnen kunnen met myxomatose en VHS worden besmet, zowel binnen- als buitenkonijnen.

Hoe wordt de ziekte verspreid?

Myxomatose wordt vooral overgebracht door bloedzuigende insecten zoals de konijnenvlo en ook door muggen. Omdat dit virus echter ook door direct contact tussen konijnen verspreid kan worden, kan verspreiding van de ziekte niet alleen met bestrijding van bloedzuigende insecten worden voorkomen.

Het VHS-virus wordt uitgescheiden in de urine, uitwerpselen en afscheiding uit de luchtwegen van besmette konijnen en verspreidt zich snel naar andere dieren, hetzij door rechtstreeks contact hetzij als gevolg van de verspreiding van het virus – dat zo sterk is dat het vele maanden in de omgeving kan overleven – via besmette kleding, hokken, water, stro, hooi, voerbakken en andere voorwerpen.

Hoe snel wordt mijn konijn ziek?

Bij myxomatose duurt het 5 tot 14 dagen voordat de symptomen van de ziekte zichtbaar worden. De incubatietijd van VHS is veel korter, meestal tussen 1 en 3 dagen.

Een ander kenmerk van VHS is dat het verloop van de ziekte veel acuter is en dat veel dieren voorafgaand aan hun dood geen duidelijke symptomen vertonen.

Wat is de overlevingskans voor konijnen na besmetting?

Over het algemeen leidt een ernstige myxomatose infectie van een kwetsbaar konijn binnen 12 dagen tot de dood, veelal als gevolg van een secundaire longinfectie. Met myxomatose besmette konijnen kunnen soms weken of zelfs maanden na de besmetting blijven leven. Niet alle besmette konijnen gaan dood, hoewel in het wild minder dan 10% overleeft.

Met VHS besmette konijnen daarentegen bezwijken over het algemeen veel sneller – meestal binnen 12 tot 36 uur nadat de ziekteverschijnselen zich voor het eerst voordoen (hoewel er in de meeste gevallen geen sprake zal zijn van duidelijke ziekteverschijnselen, afgezien van sloomheid en lusteloosheid).

Overige ziektes:

Te lange tanden en malocclusie

Dit is het meest voorkomende probleem, aangezien konijnentanden tijdens de hele levensduur blijven groeien en door middel van eten afgesleten moeten worden om op de juiste lengte te blijven. Als het eten niet genoeg vezels bevat of de tanden niet goed op elkaar staan (malocclusie), worden ze te lang. Bij te lange tanden ontstaan haken die in de wang en tong kunnen prikken en zo veel pijn, mondinfecties en zweren kunnen veroorzaken. Ook is het konijn dan niet langer in staat voedsel op te pakken en op te eten. Klinische symptomen zijn onder meer het verlies van eetlust, gewichtsverlies, kwijlen en abcessen op snuit en kaak. Ook ooginfecties en aangekoekte keutels rond de staartaanzet kunnen een teken van tandproblemen zijn.

Bij sommige konijnenrassen is malocclusie van de voorste snijtanden aangeboren. Deze konijnen zullen hun hele leven lang regelmatig behandeld moeten worden; een andere optie is om de tanden te trekken. Verworven malocclusie komt bij oudere konijnen voor en heeft waarschijnlijk voornamelijk te maken met de voeding. Een juiste voeding is essentieel voor het welzijn van uw konijn (zie het hoofdstuk over voeding). Problemen komen vooral voor als uw huisdier niet voldoende vezels eet in de vorm van hooi, gras of plantbladeren om de tanden snel genoeg af te slijten. Problemen kunnen zich ook voordoen als uw konijn de biks in een mueslimix niet wil eten, aangezien de biks calcium en fosfor bevatten die essentieel zijn voor een goede groei van botten en tanden. Het gebit van uw konijn moet regelmatig gecontroleerd worden, bij voorkeur tegelijk met vaccinatie.

Huidziekten

Oormijten zijn kleine parasieten in de gehoorgang van konijnen. Ze kunnen overmatige productie van oorsmeer veroorzaken die gepaard gaat met klinische symptomen zoals met het hoofd schudden, aan het oor krabben en bloed rond de gehoorgang. Dit komt het vaakst voor bij rassen met hangoren.

Andere mijten veroorzaken droge huid en roos op de rug en schouders. Deze kunnen ook bij mensen een lichte huiduitslag veroorzaken, dus konijnen met mijten moeten snel behandeld worden.

Als de bedding niet regelmatig (minimaal 1 keer per week) verschoond wordt, kunnen de pootjes van uw konijn gaan zweren en geïnfecteerd raken, vooral als het konijn ook nog te zwaar is. De poten moeten regelmatig worden gecontroleerd en de nagels zo nodig geknipt. Met de juiste techniek is dit laatste niet moeilijk, graag doen wij dit een keer voor u voor.

Oogaandoeningen

Bij konijnen kunnen ooginfecties optreden die moeilijk te behandelen zijn. Deze manifesteren zich als een melkachtige uitscheiding uit de ooghoek en kunnen een pijnlijke, rode huid net onder het onderooglid veroorzaken (bindvliesontsteking). De traanbuisjes raken verstopt en moeten worden uitgespoeld. Dit komt het vaakst voor bij abnormaal groeiende tandwortels.

Diarree

Diarree is een veel voorkomend probleem bij tamme konijnen. De aandoening kan levensbedreigend zijn en u moet dan ook onmiddellijk contact met de praktijk opnemen. Sommige maagdarminfecties die diarree veroorzaken, kunnen binnen 24 uur dodelijk zijn. Konijnen met diarree raken snel uitgedroogd en moeten vloeistof toegediend krijgen. Soms moet dit per infuus. Ook een vezelrijk dieet (hooi of gras) heeft een beschermende werking tegen diarree en zachte keutels.

Te zware konijnen, oudere konijnen met poot- of rugproblemen en konijnen met tandproblemen hebben soms last van aangekoekte keutels rond de staartaanzet. Het is normaal dat konijnen ’s nachts zachtere keutels produceren, die ze vervolgens opeten – dit is een belangrijk onderdeel van de voeding van konijnen – maar als een konijn veel te zwaar is of een pijnlijke bek of rug heeft, kan hij niet ver genoeg reiken om deze keutels ‘op te ruimen’.

In de zomer kunnen diarree of aangekoekte zachte keutels vliegen aantrekken, die hun eitjes rond de staartaanzet leggen. Uit deze eitjes komen maden. De maden (die soms al binnen een dag uit de vliegeneitjes komen) voeden zich niet alleen met de aangekoekte keutels, maar ook met de konijnen zelf. Dat is een hele pijnlijke en vaak levensbedreigende situatie. In de zomer moet u uw konijn twee keer per dag controleren en er altijd voor zorgen dat de bedding schoon en droog is. Onze praktijk heeft verschillende middelen om dit lastige probleem te voorkomen, maar het belangrijkste is hygiëne en een snelle behandeling van bijbehorende gezondheidsproblemen.

Luchtweginfecties

Veel konijnen hebben Pasteurella-bacteriën in hun neusholtes. Bij konijnen met een gezond immuunsysteem zullen deze bacteriën geen ziekteverschijnselen veroorzaken. Maar als een konijn gestrest raakt, kunnen deze bacteriën zich razendsnel vermenigvuldigen en zo de ziekte Pasteurellose, of ‘snot’, veroorzaken.

Pasteurella kan ook aandoeningen van de luchtwegen, baarmoeder, huid, nieren, blaas, traanbuisjes, middenoor en ruggengraat veroorzaken. Klinische symptomen zijn onder meer uitscheiding uit ogen en neus, verminderde eetlust, lusteloosheid, scheve kop, evenwichtsverlies, verlamming van de achterpoten en zware ademhaling. De infectie kan niet worden genezen maar kan soms onder controle worden gehouden met antibiotica. Neem contact op met onze praktijk als u denkt dat uw konijn deze ziekte heeft. Ook andere bacteriële infecties kunnen aandoeningen van de luchtwegen veroorzaken.

Encephalitozoon cuniculi (E. cuniculi)

Encephalitozoon cuniculi is een microscopisch kleine parasiet die bij konijnen een aantal ziekten kan veroorzaken, waaronder toevallen en nierziekten. Een veel voorkomende aandoening die door E. cuniculi wordt veroorzaakt is het plotseling optreden van draainek. In sommige gevallen kan het konijn slechts op één zij liggen, met de kop de andere kant op gedraaid. E. cuniculi kan ook de interne structuren van het oog aantasten en (gedeeltelijke) blindheid veroorzaken.

Maar niet alle konijnen die dragers zijn van E. cuniculi vertonen symptomen van de ziekte. Vele zijn ogenschijnlijk gezond, ook al kunnen ze dan wel andere konijnen besmetten. De parasiet wordt via besmette urine of van moeder op kind overgebracht en kan meerdere weken in de omgeving overleven. Op plekken waar veel konijnen bij elkaar leven, is de kans op infectie groot, zelfs als goede hygiëne in acht wordt genomen.

Blootstelling aan de parasiet kan worden vastgesteld aan de hand van een bloedtest; met behulp van tests van feces of urine kan worden gekeken of een konijn de parasiet ook uitscheidt. E. cuniculi treft ook andere soorten, zoals cavia’s die samen met konijnen worden gehouden. E. cuniculi besmet geen gezonde mensen, maar mensen met een ernstig verzwakte afweer doen er goed aan blootstelling te vermijden, omdat het bij hen gezondheidsproblemen kan veroorzaken. E. cuniculi is behandelbaar, maar het kan voorkomen dat ernstige gevallen niet op behandeling reageren. Neem contact op met de praktijk, wij vertellen u graag meer over routinebehandeling van alle nieuwe konijnen of andere test- of behandelregimes.

Overgewicht

Overgewicht komt veel voor bij tamme konijnen, vooral bij vrouwtjes. Dit kan weer andere problemen veroorzaken, zoals aangekoekte keutels en maden, leververvetting, artritis, osteoporose, urinebrand en stofwisselingsziekten. Preventie is belangrijk en het is essentieel om goed op de voeding te letten en ervoor te zorgen dat uw konijn voldoende beweegt. Neem contact op met de praktijk voordat u uw konijn op dieet zet.

Narcose bij konijnen

Veel eigenaren maken zich zorgen over de risico’s van narcose bij konijnen. Vroeger stonden konijnen erom bekend dat ze moeilijk veilig onder narcose te brengen waren. Sterilisatie van konijnen is tegenwoordig echter een routine-ingreep en met moderne medicijnen en de huidige expertise van dierenartsen is er geen reden om overbezorgd te zijn. Alle narcosemiddelen brengen een klein risico met zich mee, ongeacht welk dier het betreft, maar er wordt alles aan gedaan om de narcose van uw konijn zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Samenvatting

Konijnen zijn leuke huisdieren – rustig, schoon, nieuwsgierig, vermakelijk, ontvankelijk.

De belangrijkste factoren voor een goede gezondheid zijn:

· Zorg voor de juiste, vezelrijke voeding – hierdoor kunnen vele vaak voorkomende ziekten worden voorkomen

· Laat uw konijnen steriliseren/castreren (mannetjes en vrouwtjes).

· Kom met uw konijnen voor een jaarlijkse gezondheidscontrole naar de praktijk

· Laat uw konijnen elk jaar vaccineren tegen myxomatose en RHD

Bij een juiste verzorging kunt u jarenlang plezier aan uw konijnen beleven!

Nieuwsbrief oktober 2014

Het konijn in de herfst:

Konijnen zijn behoorlijk temperatuurgevoelig, en dan vooral voor hoge temperaturen. Zij regelen hun lichaamstemperatuur voornamelijk via de bloedvaten van de oren. Meer bloed in de oren geeft meer afkoelend oppervlak, maar het is daarvoor wel belangrijk dat de rest van het lichaam niet te veel of weinig is ingepakt met de vacht. Konijnen kunnen daarom ruien. In de herfst kun je opeens grote plukken dons in het hok zien liggen.

Vooral konijnen die buiten gehouden worden, hebben in de winter een heel andere vacht dan in de zomer en dat is maar goed ook. Het verwisselen van hun jasje duurt 2 tot 6 weken. Dat is verschillend per konijn en per ras. Ook kunnen konijnen met veel stress of slechte voeding langer nodig hebben om te ruien. Het ruien begint meestal op het hoofd, daarna de nek en rug en vervolgens verhaart de buik. Soms stopt het ruien en zie je een konijn met 2 verschillende vachten. Vaak is dan een aanpassing van de voeding nodig of zijn er andere problemen.

Als konijnen verharen is het heel fijn voor ze om extra goed te borstelen. De nieuwe vacht wordt dan mooier en dichter. Bovendien krijgt het konijn dan niet te veel haren naar binnen die soms tot haarballen kunnen leiden. Altijd al goed maar nu zeker is het om veel fris en hoogwaardig hooi geven. Konijnen hebben echt behoefte aan goed hooi als hoofdbestanddeel van hun voeding. Hooi geeft een goede vertering en zorgt ervoor dat de opgelikte haren ook weer afgevoerd worden met de ontlasting.

Nieuwsbrief juni 2014

In deze tijd bloeit de natuur weer volop.

De paardebloem heeft nu plaats gemaakt voor de madeliefjes en boterbloemen in de grasvelden.

Konijnen die in het gras zitten eten gras en eten madeliefjes. De boterbloempjes ( geel glanzende bloempjes) laten zij staan.

Als je cavia’s lekker verse natuur wilt voeren dan kun je geen verse boterbloempjes geven.

De “Scherpe boterbloem” kun je gedroogd wel geven ( in hooi), maar vers zijn ze giftig. Het sap kan ook een rode, jeukende huid veroorzaken.

Het madeliefje ( wit bloempje met geel hartje) werkt stimulerend op de stofwisseling.

Nieuwsbrief konijn Happy hoppers april 2014

Een passie voor graven

 Alle konijnen graven. De één wat fanatieker dan de ander. Waarom doen zij dit?

Heeft het echt een doel of gaat het alleen om de leuke bezigheid?

De wetenschappelijke naam van het huiskonijn is Oryctolagus Cuniculus.
Oruktés betekent  graver en lagõs betekent haas.
Cuniculis betekent ondergrondse gang.

Ons konijn stamt af van het wilde konijn. Konijnen worden blind, doof en kaal geboren. Zij hebben dus een goede bescherming nodig. Konijnen hebben een holenstelsel met diverse gangen. Ze graven bijna altijd in zandbodems omdat hun poten niet echt geschikt zijn om te graven. De rammen (mannetjes) maken hun graafwerk zelden af. De oudere voedsters ( vrouwtjes) vervolmaken de bestaande gangen.

De jonge drachtige voedsters zijn het meest fanatiek met het werk aan de kamers en meerdere uitgangen. De kraamkamer ( ook wel wentel genoemd) wordt aan het einde van een aparte gang gegraven en dichtgemaakt zodra de jongen zijn geboren. De jongen worden slechts 1x per etmaal gevoed! Daarna wordt de kamer weer dichtgemaakt. Roofdieren ruiken hen zo niet.

Het graven gebeurt voornamelijk met de voorpoten en de grond wordt telkens na enkele minuten met de voorpoten weggeduwd, het konijn draait zich hiervoor om. Zo zal de holte niet worden geblokkeerd.

Het graven heeft nog meer functies:

Het behoort ook tot het foerageergedrag, zo zoeken konijnen naar voedsel. Konijnen eten gevarieerd. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat konijnen ongeveer vijf verschillende gewassen per dag eten als ze de kans krijgen. Ook selecteren ze onderdelen: soms de bladeren, soms de stengels, de bast of de wortels. Thuis kan dit graven problemen geven. Graven in voerbakjes, het hok, op de bank, in kleding e.d. zal meestal niet worden gewaardeerd door jou als eigenaar. Een konijn dat weinig mogelijkheden heeft tot graven, kan fanatieker of dwangmatiger er in worden. De behoefte wordt immers nooit bevredigd als je elke dag je eten in een bakje krijgt.

Aanbieden van mogelijkheid tot graafwerkzaamheden zou deel uit moeten maken van elk gehouden konijn.
Mogelijkheden om aan de graafbehoefte van een konijn tegemoet te komen zijn bijvoorbeeld:

 – Voer los strooien en tussen het stro verstoppen.
– Een hooibal maken: een flinke pluk hooi, lekkere groente erin en stevig dichtmaken met raffia of sisaltouw.
– Twijgjes vermengen met eetbare stengels en stevig aan elkaar binden met sisaltouw.
– Een pot met zand en worteltjes.
– Een platte schaal met graszode en het voer daar los tussen strooien.
– Een grote doos met beukensnippers, papiersnippers ( b.v. van het telefoonboek).
– Een doos met oude handdoeken en lapjes ( houd wel in de gaten dat er niet van wordt gegeten).
– Een zandbak of een stukje tuin waar dagelijks in gegraven kan worden.

Vriendelijke groeten van huisdierenkliniek Hornstra

Met dank aan het vakblad Vedias

LICG Nieuws

Muesli slecht voor konijnen

22 januari 2014

Voor eigenaren van als huisdier gehouden konijnen is een grote diversiteit aan voeders beschikbaar. Naast hooi en brokjes zijn er ook zogenaamde muesli ’s beschikbaar. Deze bestaan vaak uit brokjes in verschillende kleuren, geplette granen en andere zaden en soms ook grasdeeltjes. Brits onderzoek laat zien dat consumenten dit soort voeders aantrekkelijk vinden en graag kopen.

In een onlangs gepubliceerd onderzoek werden vier voermethoden voor als huisdier gehouden konijnen vergeleken. Daarbij werden rantsoenen met muesli vergeleken met rantsoenen met brokjes en hooi. De onderzoekers vonden dat konijnen die muesli kregen de graandelen uit het dieet selecteerden waardoor de samenstelling van het opgenomen dieet erg eenzijdig werd. Ook bleken konijnen die muesli kregen minder hooi op te nemen in vergelijking met rantsoenen waarin hooi samen met brokjes werd aangeboden. Verder was de wateropname bij rantsoenen met muesli lager. Vanwege de kans op gezondheidsschade bij verlaagde hooiopname, niet gebalanceerde rantsoenen en te lage wateropname stellen de onderzoekers dat het gebruik van muesli niet aanbevolen kan worden.

De uitkomsten van dit onderzoek waren bepaald niet verrassend. Al in 1996 publiceerde de Britse onderzoekster en dierenarts, Harcourt-Brown een artikel waarin ze de schadelijke effecten van muesliachtige voeders voor konijnen aantoont. De selectieve opname leidt vooral tot een sterk verhoogd risico op calciumtekorten. Eenzijdige opname van muesli en brokken draagt ook bij aan tandproblemen en problemen met het maagdarmstelsel. Onderzoek in het kader van het onderzoeksprogramma ‘Welzijn van Gezelschapsdieren’ toonde ook aan dat fouten in de voeding een veel voorkomende oorzaak zijn voor gezondheidsproblemen bij het konijn.

Wilt u meer weten over hoe u uw konijn gezond kunt houden? Lees dan het Praktisch document ‘Houd uw konijn gezond!’.

Nieuwsbrief november 2013

Konijnen zijn kampioen gravers

Het konijn behoort tot de haasachtigen. De wetenschappelijke naam is Oryctolagus Cuniculus.  Oruktés= graver, Lagoos= haas, Cuniculus= ondergrondse gang.

Reden van het graven:

In het wild graven vooral de rammen ( mannelijk konijn) en de voedsters ( vrouwelijk konijn) vervolmaken de gegraven gangen. Ze maken een holenstelsel waarin de gangen met elkaar zijn verbonden. Elke kamer heeft meerdere in- en uitgangen. Dit om een dominant konijn te kunnen ontlopen of te ontsnappen aan gevaar.

De kraamkamer wordt dichtgemaakt en de voedster komt slechts 1 keer per etmaal de jongen voeden. Door de kamer dicht te maken zal hun geur niet de aandacht kunnen trekken van roofdieren.

Het graven:
Konijnen graven vooral met hun voorpoten. Het zand wordt tussen de voorpoten door naar achteren gegooid. Na enkele minuten draait het konijn zich om en duwt het zand met de voorpoten weg ter voorkoming van het instorten van de gangen.

Foerageren:

Een andere reden voor graven is het zoeken naar eten ( foerageren). Als konijnen de kans krijgen eten ze dagelijks andere gewassen. Ze selecteren de planten en van die planten selecteren ze weer onderdelen: Soms het blad, soms de stengels, de bast of de wortels.
Om te eten wat ze willen halen ze met hun voorpoten het gewenste naar boven en maken dat zandvrij.

Graven in huis:

Een konijn kan in huis met graven schade aanrichten aan bijvoorbeeld het tapijt of met de voerbak in het hok er een chaos van maken. Soms kan het agressief gedrag lijken, waar toch geen sprake van is. Konijnen die niet voldoende hun natuurlijke geaardheid van het graven kunnen bevredigen, kunnen fanatieker of dwangmatiger worden in het willen graven..

Mogelijkheden om de graafbehoefte van je konijn tegemoet te komen:

– Voer niet in het bakje geven, maar in het hok strooien en tussen het hooi verstoppen.

– Een hooibal maken: Een flinke pluk hooi, lekkere groente erin en dat stevig dichtmaken met raffia of sisaltouw.

– Twijgjes vermengen met eetbare stengels en stevig aan elkaar binden met sisaltouw.

– Een aarbeienpot of bloempot met zand en worteltjes.

– Een platte schaal met een graszode en het voer er los tussen strooien.

– Een grote doos met beukensnippers of papiersnippers (b.v. van een telefoonboek).

– Een doos met handdoeken en lapjes ( pas op dat het konijn deze niet opeet!).

– Een grote kunststof doos half vullen met speelzand en een opstapje zodat je konijn er zelf in kan.

– Een zandbak of een stukje grond uit de tuin waar dagelijks een poosje in gegraven kan worden.

Met dank aan Vedias vakblad

Nieuwsbrief september 2013

Gebitsproblemen bij de cavia en het konijn

Tanden en kiezen van de cavia en het konijn groeien levenslang door.
Als de stand van het gebit goed is en het dier voldoende hooi krijgt om te knagen, dan slijten de tanden en kiezen mooi op elkaar af.

Het kan mis gaan als het dier te weinig knaagt door te voedzaam of teveel droogvoer, waardoor ze minder hooi eten of doordat ze dagelijks te weinig hooi tot hun beschikking hebben.

Voor cavia’s is het voldoende vitamine C in het voer van belang. Een tekort aan vitamine C kan gewrichtsproblemen geven, waardoor ook de kaak pijnlijk is. De cavia gaat dan minder eten,dat gebitsafwijkingen tot gevolg kan hebben.

Als kiezen niet goed afslijten dan zullen ze in het bovengebit naar buiten toe doorgroeien en in het ondergebit naar binnen toe doorgroeien. Hierdoor zullen de bovenkiezen in de wang gaan steken en zullen de onderkiezen over de tong gaan groeien. Je zult begrijpen dat dit niet direct opvalt.
Pas als een cavia of konijn veel pijn ervaart, zal deze minder gaan eten, waardoor je weet dat er iets mis is. Ook kan er bij de bovenkaak een bult ontstaan.
De voortanden kunnen scheef doorgroeien als ze niet netjes boven elkaar staan.
De konijnen en knaagdieren worden voor een gebitsbehandeling altijd onder narcose gebracht. Als men dat niet doet, dan is er een te grote kans op beschadiging van de tanden tijdens het onderzoek of de behandeling.

Gebitsbehandeling cavia onder narcose:

Met behulp van wangsperders en beksperders kunnen we goed alles inspecteren.
Met een diamantvijl worden kiezen geslepen en met een fijne cirkelboor worden eventueel de tanden op lengte gesneden. Afhankelijk van de stand van de elementen in de bek en de preventie voor een terugval, kan herhaling van de behandeling wel of niet nodig zijn.

Het konijn heeft boven en onder twee voortanden. Achter de bovenvoortanden zitten de zogeheten Stifttanden ( deze kun je niet zien). Boven heeft het konijn aan beide zijden drie kiezen en onder aan beide zijden vijf kiezen.

De cavia heeft boven en onder twee voortanden en achter aan beide zijden vier kiezen.

Een doorgegroeide kies aan de bovenzijde van een konijnegebit:

Preventie:

– Weinig droogvoer geven

– Dagelijks veel hooi ter beschikking geven

– cavia’s voldoende verse vitamine C geven

Erger voorkomen:

Hoe eerder afwijkingen van het gebit worden behandeld, des te gezonder blijft je dier en des te minder risico’s loopt hij of zij.

–         Wees alert op het eetgedrag

–         Let op of je dier stiller is dan anders ( kan pijn zijn )

–         Houd de ontlasting in de gaten

–         Weeg je dier geregeld, een dikke vacht kan vermagering camoufleren

–         Bij twijfel overleg met de dierenarts

Nieuwsbrief augustus 2013

Cavia en Konijn: Begrijpen ze elkaar?

Gedrag nader bekeken.

Om zich te beschermen tegen roofdieren leven cavia’s en konijnen in groepen. Een enkel dier vangen voor een roofdier als dieren in een groep leven is moeilijker. Taken kunnen in een groep verdeeld worden: Groepsgenoten kunnen opletten terwijl een aantal dieren eten.

Groepsleden hebben sociaal contact en nemen elkaars gedrag en stemming over zoals bijvoorbeeld: samen vluchten, samen eten en samen slapen.

Sociale vaardigheden en rangorde speelt ook een rol.
In sommige opzichten lijken konijnen en cavia’s op elkaar, waardoor ze samen zouden kunnen leven. Maar met de verschillen moet echt rekening worden gehouden.

Voer:

Cavia’s maken geen vitamine C aan, konijnen wel. Cavia’s hebben ook meer proteïne nodig dan konijnen.
Hierin zit dus een wezenlijk verschil voor specifiek droogvoer.

Konijnen lusten wel caviavoer, maar konijnen hebben hun eigen specifieke samenstelling nodig. Dit is dus wel lastig als konijn en cavia samenleven.

Foerageergedrag:

In het wild foerageren konijnen door te graven en op hun achterpoten te staan. Dit doen ze op beschutte plaatsen, maar veelal in het open veld. Bij gevaar kan een konijn vluchten door de snelheid en door zig-zag bewegingen te maken.

Cavia’s foerageren het liefst door voedsel te zoeken op beschutte plaatsen. Springen en rennen om te vluchten is voor een cavia niet weggelegd. Ze maken paadjes en volgen elkaar in een lange rij. De dominantste voorop.

Rangorde:

Voor konijnen is rangorde belangrijk. Om deze te bepalen en te bevestigen komen agressie, wegjagen en rijden op de ander veel voor. Bij cavia’s is er ook een rangorde, maar die is veel minder opvallend aanwezig. Door imponeren zullen zij hun superioriteit kenbaar maken.

Een konijn wat voortdurend op een cavia gaat rijden of de cavia wil verjagen bij het voer, zal door een cavia niet gemakkelijk worden begrepen. Hij kan er bang van worden en zelfs gewond raken.

Van nature gaan cavia’s gevechten liever uit de weg, hun pootjes zijn niet geschikt om te vechten en springen.

Communicatie:

Bij cavia’s is het maken van geluid een wezenlijk onderdeel van de communicatie: opwinding, seksuele bereidheid, dreiging, gevaar, vinden van voedsel: Allemaal situaties waarbij cavia’s verschillende geluiden maken om elkaar te attenderen.

Een konijn begrijpt hier niets van en zal ook geen reactie geven.

Verzorging:

Voor konijnen is het elkaar verzorgen en wassen een heel gebruikelijk ritueel in het sociale contact. Dit gebeurt dan ook meerdere keren op een dag.

Cavia’s doen dit niet, waardoor een konijn zich sociaal eenzaam kan voelen. Een konijn voelt zich als prooidier wel veiliger samen met een cavia dan helemaal alleen.

Gezondheid:

De bacterie Bordetella Bronchiseptica komt vaak voor als cavia en konijn samen worden gehouden.Voor cavia’s is deze bacterie dodelijk. De bacterie kan bij konijnen diverse ademhalingsziektes en gevoeligheid veroorzaken. Het kan ook dat een konijn geen symptomen vertoont maar wel de bacterie bij zich draagt.

Toch samen?:

Van jongs af aan bij elkaar heeft dan de voorkeur. Gewenning aan nieuwe situaties staan ze dan meer open voor en zo groeien ze samen op. Het hok moet goed ruim zijn en er moeten voldoende schuilmogelijkheden zijn, dit bevordert het slagen van het contact.

Zodra ze seksueel volwassen worden ( konijn 3-6 maanden, cavia 2-3 maanden) kan het gedrag veranderen. Als ze goed samenleven, houd ze dan in die periode goed in de gaten, want dan kan hun gedrag veranderen.

Bij het later samenbrengen van een konijn en een cavia, dan is het afhankelijk van hun eerder opgedane ervaringen en sociale contacten hoe de kans van slagen zal zijn.

Let op agressie

Geef bij voorkeur het droogvoer gescheiden.

Houd de gezondheid goed in de gaten.

Konijnen en cavia’s zijn goed in staat om iets te leren. Daarom kunnen ze elkaars communicatie en gedrag tot op zekere hoogte gaan begrijpen.

Maar dat is sterk afhankelijk van de band die ze samen hebben en de stabiliteit van de dieren.

Goed gesocialiseerde dieren zullen beter met stress en spanning kunnen omgaan en zich makkelijker aanpassen aan de omstandigheden.

Voor dit artikel mede dank aan vakblad Vedias

NIEUWSBRIEF HAPPY HOPPERS JUNI 2013

Opgepast met het warme weer!

Myasis bij konijnen ( Madenziekte) een dodelijke ziekte.

Vliegen leggen graag eitjes op een gunstige voedingsbodem.
Ontlasting en keutels vinden zij hiervoor aantrekkelijk. Ook warme plekjes.

Dit geeft dat er met warm weer een verhoogd risico is dat uw konijn eitjes van de vlieg rond de anus krijgt.
Binnen korte tijd ( enkele uren!) worden dit maden.

Maden eten zich groot. Dit houdt in dat uw konijn letterlijk wordt opgegeten als u er niet op tijd bij bent.

Controleer uw konijn dagelijks, vooral van achteren bij de buik en de anus.
Een konijn laat niet gauw zien dat er wat aan de hand is. Hij of zij zal stiller worden en uiteindelijk stoppen met eten. Dan is het meestal al te laat om het nog te kunnen behandelen.

Wanneer er geen huid meer is en de maden hebben zich een weg naar de buikholte via de liezen gebaand, dan is er geen behandeling meer mogelijk.

Konijnen met te zachte ontlasting die soms wat aan de vacht blijft plakken hebben een nog hoger risico hierop.

Ook buiten is de kans groter vanwege een groter aantal vliegen.

Wat te doen?

–         Zorg voor een droog hok met weinig keutels.

–         Controleer uw konijn dagelijks.
Een konijn met zachte ontlasting nog vaker controleren en overleggen met      de kliniek wat er gedaan kan worden om voor goede ontlasting te zorgen.

–         Was het achterwerk van het konijn als het vies is en droog het goed.

–         Bij twijfel overleg met de kliniek

–         Als er sprake is van maden dan is het EEN SPOEDGEVAL!!

Mocht uw konijn veel risico lopen, dan kunt u aan onze kliniek een middel bestellen ter preventie.

Nomyiasis 75ml

Anti-myiasis Spray

2 spraydoseringen per 250 gram/Lg.
Dieren zwaarder dan 2 kg:
16 spraydoseringen per dier.
Tijdens de risicovolle periode een keer per maand toedienen.

Nieuwsbrief mei 2013

Tip: www.dierenkruiden.nl

Hier kunt u bijvoorbeeld appelblokjes en appel- of banaanschijfjes kopen.

( klik dan links op DIERenKRUIDEN)

Dit zijn gezondere snacks dan b.v. de knabbelstaven.

Voor alle snacks geldt: matig geven en niet dagelijks.

Blaasgruis of blaasstenen bij het konijn of de cavia

Deze maand hebben wij een konijn behandeld die last had van enorm veel blaasgruis.

Ook kunnen cavia’s hier chronisch last van hebben.

Overtollig calcium wordt door het lichaam afgevoerd via de nieren en de blaas.

Dit kan gruis veroorzaken in de urine.

Wat zijn de symptomen?

– Dikkige urine met wittige afzetting.

– Cavia’s kunnen piepen bij het urineren.

– Vermageren

– Je kunt geregeld bloed in de urine zien wanneer je het hok verschoond.

Het bloed komt door beschadiging van de blaaswand door het gruis of eventuele steentjes.

Ook een blaasontsteking kan deze symptomen geven.

Behandelen:

De behandeling bestaat uit het grondig spoelen van de blaas onder narcose.

Het lijkt vrijwel geen urine wat we eruit halen, maar het is een dikke brei die crème gekleurd is. We geven pijnstilling en ontstekingremmer in vloeibare vorm mee om het dier nog mee na te behandelen.

Ter voorkoming dat het probleem terug komt:
Het dier krijgt voortaan Timothy hooi ( laag calcium gehalte) en Urinary Tract Health droogvoer

VetCarePlus Urinary Tract Health Formula

  • 28% Ruwe vezels
  • Op basis van timothy hooi
  • Laag calciumgehalte: 0.5%
  • Met extra Vitamine C – 500mg/kg
  • Bevordert de waterconsumptie
  • Met veenbessen en blauwe bosbessen – natuurlijke anti-oxidanten
  • Echinacea – helpt het immuunsysteem te verbeteren en infecties te bestrijden
  • Paardenbloem – een mild diureticum – om de normale nierfunctie te stimuleren
  • Rijk aan “lange vezels”
  • Langer kauwproces – bevordert de natuurlijke slijtage van de tanden
  • Een evenwichtige, complete voeding
  • Tarwe- en glutenvrij
  • Met extra lijnzaad voor een gezonde huid en vacht
  • Zonder kunstmatige kleur- of smaakstoffen
  • Zonder toegevoegde suikers

Daarbij veel groenvoer, want dan krijgt hij of zij meer vocht binnen en meer plassen is gunstig.

Laat je dier wel geleidelijk wennen aan meer groenvoer, want anders krijgt het diarree. Bleekselderij zorgt goed voor het meer drinken en plassen.

Nieuwsbrief maart 2013

Goedendag konijneneigenaar,

Deze nieuwsbrief gaat over:

– De voordelen van het steriliseren van een vrouwtjeskonijn

en het castreren van het mannetjeskonijn.

 Het steriliseren ( officieel castreren) van een voedster:

In medisch opzicht is het in het belang van de voedster om haar op jonge leeftijd te steriliseren. De eierstokken worden dan verwijderd en de baarmoeder is daardoor hormonaal niet meer actief en zal slinken.

De leeftijd tussen een half jaar en een jaar is aanbevolen voor de operatie.

Reden:

Wat veel mensen niet weten is dat wanneer een vrouwtjeskonijn overlijdt, dat vaak komt door kanker aan de baarmoeder of cystes aan de eierstokken. Ook kan de voedster kwaadaardige tepeltumoren ontwikkelen op latere leeftijd.

Om niet het risico te hoeven lopen een ziek of ouder konijn te moeten opereren ( waardoor er hoger narcoserisico is), raden artsen aan het konijn jong en in gezonde toestand te steriliseren.

Het castreren van een rammelaar (mannetjeskonijn):

In medisch opzicht is het niet nodig om een gezonde rammelaar te castreren.

Het castreren van de rammelaar wordt dan ook vooral gedaan tegen het voortplanten en tegen markeergedrag in huis.

Een rammelaar is na de castratie nog 3 tot 6 weken vruchtbaar!

De geslachtshormonen met daarmee het markeergedrag en de vruchtbaarheid nemen in die weken langzaam af.

De ballen worden verwijderd. Dit kan zowel met lokale verdoving zonder narcose als met narcose.

Narcose:

Tegenwoordig is er minder narcoserisico dan vroeger. We werken met inhalatienarcose ( zuurstof met isofloraan). Het konijn krijgt eerst per injectie wat narcose toegediend, omdat voor de inhalatienarcose er een tube ( buisje) in de keel wordt gebracht. Ook zouden konijnen hun adem inhouden als ze isofloraan opmerken, dus vandaar de inleidende narcose.

De inhalatienarcose is minder belastend voor het lichaam. De narcose blijft na de operatie niet zo lang in het lichaam als andere narcose en het is minder belastend voor bijvoorbeeld de nieren. Ook monitoren we het konijn, waardoor we tijdens de operatie een goed beeld hebben van o.a. de ademhaling en de narcosediepte.

Nieuwsbrief konijn februari 2013

Goedendag konijneneigenaar,
Deze nieuwsbrief gaat over:

Gedrag:

Konijnen zijn groepsdieren en wanneer de karakters goed met elkaar overweg kunnen dan verzorgen zij elkaar. ( Likken). Ook liggen en zitten ze graag tegen elkaar. Dit kunnen wij als mens niet volledig evenaren en een konijn alleen is daarom niet aan te raden.
Het beste is het om konijnen op jonge leeftijd aan elkaar te laten wennen.
Je kunt het beste twee konijnen tegelijk uit 1 nestje nemen.
Geef konijnen voldoende ruimte, ze houden van rennen en als ze gelukkig zijn maken ze draaiende luchtsprongen, prachtig om te zien!

Hoe meer ruimte konijnen hebben, hoe normaler hun gedrag is waardoor het beter gaat om meerdere konijnen bij elkaar te houden. Als konijnen veel stilzitten en weinig bewegen, hebben zij meer risico tot overgewicht en kunnen de hakjes van de poten wondjes krijgen. Ook kunnen ze eerder spijsverteringsproblemen krijgen.

Konijnen vinden het leuk om door tunnels te kruipen, ergens op te kunnen springen en te knagen. Er zijn rollen te koop van karton met hooi eraan vast. Ook kun je plastic PVC buizen kopen in de doe-het-zelf zaak om gangen te maken waar ze door heen kunnen kruipen.

Kartonnen dozen zijn leuk. Konijnen graven graag. Je kunt er bijvoorbeeld kranten of wat dennenappels in stoppen.
Pas op met elektriciteitsdraden en meubels in je huis. Konijnen knagen van nature en kunnen geen onderscheid maken in wat wel en niet mag worden gegeten.
Spelen is zowel voor de beweging als tegen verveling/ depressie goed.

Zindelijkheid:

Het konijn zindelijk maken gaat heel eenvoudig.
Een konijn zal van nature één plek aanhouden om te plassen en te keutelen.

Wanneer je pas een konijn hebt is het verstandig om het territorium langzaam uit te breiden. Dus niet bijvoorbeeld het konijn ineens meerdere kamers te geven waar hij of zij kan komen. Dan is het territorium te groot en zullen er meer ( ongewenste) plekken van urineren/ keutelen komen.

Zorg dat het konijn altijd vlakbij het hok of de bak kan voor zijn of haar behoeftes.
Een ongecastreerd konijn kan gaan markeren, zowel met keutelen als met urineren. Castratie helpt hiertegen ( Het effect van een castratie duurt 3- maximaal 6 weken).

Bij vragen over onzindelijkheid kun je onze kliniek bellen en vragen naar

Jacoline Mulder.

Een konijn is een prooidier. Hierdoor zijn ze van nature geneigd om te vluchten. Houd hier rekening mee door je konijn liever niet van bovenaf te pakken. Wanneer je je konijn leert met wat lekkers naar je toe te laten komen en rustig hem of haar benadert,zal hij of zij niet zo gauw schrikken en tammer worden.

Met wat lekkers leren konijnen snel wanneer er wat aan komt. Door het laten knisperen van verpakking kun je je konijn leren om te komen voor wat lekkers. Op deze manier leert het konijn ook naar het hok te gaan en voorkom je een jacht op je konijn, waarbij het konijn in paniek zou kunnen raken.

Geluid:

Een konijn bromt als hem of haar iets niet bevalt, of uit opwinding wanneer een rammelaar( mannetjeskonijn) achter een vrouwtje aan gaat.
Als een konijn gilt is het in doodsangst. Verder maken konijnen geen geluiden.

Markeren:

Konijnen communiceren veel d.m.v. markeren/ geuren. De anaalklieren zorgen voor geur aan de keutels. Hiervan kunnen konijnen veel informatie krijgen, zoals geslacht, dominantie, vruchtbaarheid…

Urineren en keutelen dient vaak als markeren.

Kinklieren geven geuren af voor soortgenoten. Hierom wrijven konijnen met hun kin langs voorwerpen, soortgenoten en mensen. Mocht je veel tijd willen investeren in een gelukkig konijn, dan kunnen wij je het boek “High Five met je konijn” van Bernice Muntz van harte aanbevelen!

De schrijfster is een dierentrainster en het boek gaat vooral over het opvoeden van je konijn, hoe je je konijn dingen kunt leren, spel en gedragsproblemen. Ook gaat het begin van het boek over de verzorging van het konijn.

In onze kliniek kun je vragen naar het inkijkexemplaar. Hij is echter niet bij ons te koop, maar wel in de boekhandel.

Nieuwsbrief januari 2013 Konijnen

Goedendag konijneneigenaar,

In deze nieuwsbrief over het konijn gaat het vooral over voeding.

Elk jaar gaan enkele van onze dierenartsen en assistentes naar de nascholing over konijnen en knaagdieren ( de K&K dagen).
Voor een groot deel wordt hierin het nieuwste over de medische zorg onderwezen.
Altijd gaat ook een deel over de preventieve zorg.
Deze preventieve zorg ligt in handen van u als eigenaar.
Aan ons de taak om de kennis hierin te delen.

Het ziek worden van een konijn kan voor een groot deel tegen worden gegaan met goede voeding, geschikte omstandigheden en oplettendheid van de eigenaar.

In de nieuwsbrieven die gaan volgen zal dieper in worden gegaan op een onderwerp.

Deze mail gaat vooral over voeding.
Hoe kun je gezondheidsproblemen van je konijn zoveel mogelijk voorkomen?

Let op de volgende dingen:

– Goede Voeding
– Voldoende beweging
–  Vachtverzorging ( kammen bij verharen)
– Voorkom overgewicht
– Sterilisatie op jonge leeftijd
– Wees alert op o.a. hoe de keutels eruit zien/ eten en drinken/gedragsveranderingen

Voeding:

Geef een konijn elke dag voldoende hooi om te eten. Liefst gras of weidehooi.
Alfalfahooi en klaverhooi alleen met mate geven vanwege dat deze rijk zijn aan eiwit en Calcium ( waar het konijn niet teveel van mag krijgen).
Soms is het geven van Timothy hooi van belang vanwege het lage Calcium gehalte.
Hooi mag nooit stoffig zijn als u het uit elkaar haalt.

Met de grasmaaier afgemaaid gras mag nooit gegeven worden in verband met gistingsgevaar (trommelzucht), geplukt, met de hand gesneden of geknipt lang gras mag wel gegeven worden.

Geef droogvoer van een hoge kwaliteit, dat bestaat uit biks en niet uit verschillende zaden. Dit om selectief eten tegen te gaan waardoor het konijn de voeding in verkeerde verhoudingen zou krijgen.

Geef niet meer dan 25 gram droogvoer per dag per kilogram lichaamsgewicht van je konijn! Dit in tegenstelling tot wat de verpakkingen adviseren.
Een teveel aan droogvoer geeft dat een konijn eerder verzadigd is, daardoor minder hooi zal eten, waardoor de tanden niet voldoende afslijten.
Tevens wordt een konijn er te dik van. Een konijn dat veel beweegt mag wat meer droogvoer dan een konijn dat weinig beweegt.

Groenvoer geef je dagelijks aan je konijn. Laat een konijn er langzaam aan wennen. Wees zuinig met koolsoorten, omdat een konijn daar gasvorming van kan krijgen wat levensbedreigende vormen aan kan nemen. Dus het mag wel, maar geef niet meer dan een klein stukje. Wortel bevat relatief veel suiker, hoewel wortel uit 90% uit vocht bestaat. Geef ook wortel met mate. Ze kunnen er anders diarree van krijgen, vooral jonge konijnen. Richtlijn voor groenvoer: 75 gram per kg lichaamsgewicht per dag en varieer het. Voorbeelden: andijvie, broccoli, venkel(heel weinig), bleekselderij(3 cm), selderieknol, koolrabi, witlof, veldsla, waterkers, boerenkool, bloemkoolblad, paksoy, mosterdblaadjes, frambozenblaadjes, paardebloemblad, wortel en het loof van wortelen. Wat peterselie of selderie. Een partje Fruit of sappige groente kan ongeveer 3 keer per week worden gegeven.

Hard geworden brood mag je konijn hebben, maar ook dat niet elke dag en een klein beetje.

Geef GEEN zout liksteen. Deze bevat teveel calcium, wat blaasproblemen kan geven.

Snoep geeft je bij voorkeur niet. Knabbelstaven bevatten teveel koolhydraten en yoghurtdrops teveel suiker. Gedroogde banaan- of appelsnippers die in de dierenwinkel te koop zijn, kunnen in kleine hoeveelheid worden gegeven.

Water mag nooit ontbreken. In de winter houd je goed in de gaten dat het water ( buiten) niet bevriest. Voor drinkflesjes buiten zijn hoesjes in de dierenwinkel te koop om voor bevriezen en algengroei door de zon te beschermen.

Laat het konijn NOOIT vasten. Als je konijn een dag niet eet is dat spoed!
Een konijn mag geen lege darmen krijgen.

Op onze kliniek kunt je een folder ophalen over voeding, met o.a. giftige plantensoorten erin vermeld.

Ten slotte nog de voeding die je konijn zelf produceert. De nachtontlasting ( zacht en geen ronde keutels) eet je konijn direct vanuit de anus op. Dit is belangrijk. Het bevat 60% vocht, hoogwaardige eiwitten, vitamines ( vooral B en K) en vetzuren. Deze ontlasting levert uw konijn 15-25 % van de dagelijkse eiwitbehoefte en 9-15% van de energiebehoefte.

Menu